j.c. herman ceramics

onderhoud & meer over keramiek

ONDERHOUD

Al onze producten zijn afwasmachine bestendig en voedselveilig.

Ook waar producten ongeglazuurd zijn, nemen ze geen water op, omdat we bakken op zeer hoge temperatuur (1240ºC of meer). De klei krimpt en trekt daardoor zoveel samen dat deze maximaal ‘sintert’, ofwel versteent. Daarom heet dit type keramiek ‘steengoed’. Meer daarover hieronder.

Onze glazuren bevatten geen lood, cadmium of andere (eventueel) gevaarlijke metalen.

Keramiek die 10 jaar in de afwasmachine is geweest, ziet er nog steeds zo uit als bij aankoop.
Alleen sommige matte glazuren kunnen sporen van gebruik gaan vertonen, zij het niet heel dramatisch.

Items die met goud- of zilver’luster’ zijn behandeld, verliezen hun decoratie na ongeveer 500x in de afwasmachine te zijn geweest, daarvoor vervaagt de decoratie gradueel.
Was items met goud- of zilver decoratie dus met de hand af.
Dit staat trouwens ook altijd vermeld in de productomschrijving.

Omdat keramiek (zoals vrijwel alles) uitzet door warmte en krimpt door koude, is het niet verstandig een koude schaal in een hete oven te plaatsen, of een voorverwarmd bord op een koude stenen tafel te plaatsen.
Anders gezegd: onze keramiek is wel ovenbestendig (het komt tenslotte uit een oven), maar niet temperatuurschokbestendig. Ook in de magnetron verdient het aanbeveling niet al te snel op te warmen, hoewel de magnetron de inhoud en niet keramiek zelf verwarmt.

Bij stapelen de items niet te hard op elkaar plaatsen; steengoed ‘chipt’ niet zo snel (schilfertjes die van de oppervlakte af springen), maar het kan wel breken.

ALGEMEEN

Keramiek is de verzamelterm voor gebakken klei.
Klei die boven ongeveer 600ºC wordt verwarmd, verandert onomkeerbaar in keramiek. Onder de 500º wordt het wel hard, maar het is daarna weer oplosbaar in water (dit is hoe wij ongebakken klei recyclen; we lossen het weer op in water en dikken het daarna in tot klei).

Hoe hoger de temperatuur, hoe harder de keramiek. Tussen 1000 en 1200º wordt de klei behoorlijk hard, maar blijft nog enigszins poreus. We noemen dit aardewerk. De kleuren van aardewerk zijn vaak helderder en de porositeit kan handig zijn bij bijv. tajine’s of plantenpotten.
Maar wij maken geen aardewerk meer, omdat het voor serviesgoed te broos blijkt. Het chipt bijvoorbeeld snel en kan (beter) niet in de afwasmachine.

Boven de 1200º ‘sintert’ ( = verglaast, versteent) de klei zodanig dat ze waterdicht wordt en keihard. Dit heet steengoed. In het geval van porselein (een kleisoort gemaakt van diverse gemalen gesteenten) wordt het zelfs translucent; als u (dunne) keramiek tegen het licht houdt en het laat licht door is het altijd porselein. Of glas of plastic, maar dat is geen keramiek.

Niet alle klei kan zo’n hoge temperatuur aan, uiteindelijk smelt het.
Wij gebruiken klei uit Duitsland, die er goed tegen kan. De meeste Nederlandse klei kan het niet aan omdat we veel ijzer in de grond hebben hier, die de klei rood kleurt (terra cotta bijvoorbeeld is klei met ijzeroxide: roest maakt de kleur). Het ijzergehalte doet de klei eerder smelten of in elk geval vervormen.

Glazuur is een glaslaagje dat over de klei wordt aangebracht, enerzijds om het te beschermen (en het afwassen te vergemakkelijken), anderzijds om het te kleuren.
Zo men wil overigens, het is niet noodzakelijk om keramiek te glazuren.
Glazuur is niet zomaar glas, maar heeft een zodanige samenstelling dat het smelt op dezelfde temperatuur als dat de klei sintert, maar ook weer niet zo erg dat het van de vorm af zou druipen.

Interessant is dat de samenstelling van glazuur niet erg afwijkt van die van klei. Alleen zijn de verhoudingen anders. Door die verhoudingen kan men de smelttemperatuur beinvloeden, net zoals men door zout aan sneeuw toe te voegen het smeltpunt verandert (een ‘eutecticum’).
Dus de rode klei van hierboven, die geen extreem hoge temperatuur aan kan, kan eventueel worden ingezet als glazuur (want dat moet juist wel smelten) over een klei die de hoge temperatuur wèl aankan.

Dat glazuur wordt dan enigszins roodbruin, vanwege de ijzeroxide. Metaaloxides geven de kleur aan een glazuur: koper wordt groenig, chroom ook, cobalt blauw, zink wit en ijzer dus roodbruin.

Wij draaien alle keramiek op de pottenbakkersschijf, een methode die in alle culturen bekend is en bijzonder oud. We bakken daarentegen in een computergestuurde electrische oven, waardoor we een hoge mate van continuïteit in onze productie kunnen garanderen. Desondanks veranderen klei en glazuur door de jaren heen wel van samenstelling omdat het bestaat uit bijvoorbeeld gemalen gesteenten, dus exacte replica’s vindt u bij ons nooit. Sowieso niet, omdat elk item met de hand wordt gevormd.